Het kinderlijk geloof van een zeventigjarige in paddenstoelen en kabouters

Het kinderlijk geloof van een zeventigjarige in paddenstoelen en kabouters.

November 2021


Herfst, met de telefooncamera in de aanslag is het tijd om weer het bos in te gaan op zoek naar vliegenzwammen en kabouters.
Het is beslist niet zo dat ik geen oog heb voor andere paddenstoelsoorten, integendeel.
Het afgelopen herfstseizoen heb ik juist een scherper oog ontwikkeld voor niet eerder gekende soorten zoals de amethistzwam, het roze heksenschermpje, de porseleinzwam, de kleverige koraalzwam, de diep rode biefstukzwam, de
stinkzwam en meer van dat moois.
In eerste instantie is er trots dat ik deze soorten gevonden heb en met de telefooncamera heb vastgelegd, meest wazig.
Deze dagen ben ik vooral trots dat ik de gevonden soorten van vorige herfst bij weerzien dit jaar bij naam kan noemen en opnieuw doet mijn telefooncamera dienst als opslagplaats met wederom meest wazige beelden.
Het valt namelijk niet mee om als zeventigjarige nog op de knieën te gaan bij vaak donkere en dichtbegroeide plaatsen op zoek naar deze niet zelden verborgen en soms minuscule schatten der aarde.

Mijn diepste paddenstoelliefde betreft echter de vliegenzwam en deze liefde stamt uit lang vervlogen tijden.
Als kind van een jaar of vijf tekende ik bij voorkeur paddenstoelen en kabouters.
De kabouters woonden in paddenstoelen, rood met witte stippen. Deze paddenstoelen waren voorzien van deuren, ramen en een rokende schoorsteen.
De naam vliegenzwam hoorde ik pas later in mijn leven, en ook leerde ik dat ramen en deuren op paddenstoelen niet te vinden zijn en kabouters evenmin.
Dit feitelijk weten maakte hoegenaamd geen indruk op mij, kabouters leefden voort in mijn fantasie net als paddenstoelhuisjes.
De paddenstoelen die ik ook als volwassen vrouw nog regelmatig teken hebben in plaats van een deur en ramen soms zelfs een gezicht, veel gekker moet het niet worden...
Als kind was ik dol op de verhalen van Dick Laan over kabouter Pinkeltje en zijn vriendjes. Als volwassen vrouw verzamelde ik de opnieuw vormgegeven verhalen van Pinkeltje naar een idee van Dick Laan’s Pinkeltje. Corrie Hafkamp is verantwoordelijk voor de tekst en Dagmar Stam heeft mij betoverd met haar tekeningen van Pinkeltje en zijn vriendjes.
Leuk voor later dacht ik, leuk voor mijn kleinkinderen als ik hen zou voorlezen.
Mijn kleinkinderen van zes en zeven zijn echter niet, zoals ik wel, diep onder de indruk van de avonturen van Pinkeltje. Zij lezen inmiddels zelf en dan liever over ‘De Gorgels’, ‘Blitz’, ‘Juf Braaksel’ en ‘Harrie Potter’.
Nog maar kort geleden dacht ik er dan ook over om mijn verzameling ‘Pinkeltjes’ maar op te ruimen, 28 schitterend geïllustreerde boekjes. Maar mijn hart huilde bij de gedachte alleen al.
Ik besefte dat die boekjes er niet in de eerste plaats staan voor mijn kleinkinderen.
‘Pinkeltje’ staat er voor mij, het kaboutertje vertegenwoordigt mijn onwrikbare geloof in kabouters en paddenstoelhuisjes.
Het zijn precies die huisjes waarnaar ik elk jaar in de herfst op zoek ga en die ik vast wil leggen met mijn telefooncamera, meestal wazig.
Bij het terugkijken van de beelden op mijn computer hoop ik dat ik op de geregistreerde vliegenzwam ook ramen en deuren en rondom kabouters zal aantreffen.
Zeventig jaar, maar met een onwrikbaar kinderlijk geloof...