Spook
Ewald Engelen
6 april 2022 – verschenen in de Groene nr. 14
De prijzen in Nederland zijn sinds de uitbraak van de oorlog in Oekraïne extreem hard gestegen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is de inflatie vorige maand opgelopen tot bijna 12 procent.© Robin Utrecht / ANP
Nietzsche wist het al: wij mensen begrijpen de wereld door analogieën. Zo ziet de een de crisis in Oekraïne door de bril van Cuba 1962 en de ander door die van München 1938. Riep het recente vertrek van de Amerikanen uit Afghanistan herinneringen op aan Saigon 1975. En werd de kredietcrisis van 2008 begrepen in het licht van Wall Street 1929.
De analogie is het luie zusje van de analyse: het maakt overeenkomsten en verschillen zichtbaar, biedt de illusie van verklaring en begrip, en reikt handelingsperspectieven aan. Maar omdat ze zijn gebaseerd op oppervlakkige gelijkenissen, en de tijd een rivier is waar je niet twee keer in kunt stappen, zijn ze even vaak misleidend.
Neem de oplopende inflatie. Twaalf procent op jaarbasis is inderdaad forse geldontwaarding, die na de lange periode van dreigende deflatie en vergeefse monetaire stimulering een schok is voor iedereen die professioneel begaan is met de koopkracht van de burger. En daar bedoel ik dan eerst en vooral professionele politici mee.
Zoals Koen Haegens in dit weekblad terecht betoogde: deze vorm van geldontwaarding gaat de bestedingsongelijkheden flink vergroten. Iedereen die geen alternatief heeft voor gas en benzine is het haasje. Hier wreekt zich de wijze waarop wij in Nederland de duurzaamheidstransitie voor huishoudens hebben vormgegeven: een rijksbijdrage in de vorm van subsidies voor het aanschaffen van zonnepanelen, warmtepompen, dubbel glas, isolatie en elektrische auto’s die eerst zelf voorgefinancierd moet worden.
Dus zijn het de welgestelden die het minste last hebben van de gestegen energieprijzen; en zijn het de minst welgestelden die er het meest onder lijden. Een betere manier om het draagvlak onder milieubeleid uit te slaan is lastig denkbaar.
Gevaarlijker is dat onder het ‘commentariaat’ de analogie met het einde van de jaren zeventig rondzingt: het spook van stagflatie wordt weer aangeroepen. Ter herinnering: nationaal ingekaderd kapitaal dreigde destijds in de strijd om de winsten het onderspit te delven tegen krachtige, goed georganiseerde vakbonden en sociaal-democratische partijen, waardoor hogere looneisen weliswaar leiden tot hogere consumentenprijzen, maar die hogere prijzen op hun beurt weer leiden tot hogere looneisen: de beruchte loon-prijsspiraal van de jaren zeventig, die na een paar rondes alle winst had opgesoupeerd en uitmondde in stagflatie.
Er was de schok van 1981 voor nodig, toen Paul Volcker, voorzitter van de Amerikaanse Fed, de rente verhoogde naar twintig procent (!) om het sociale contract tussen kapitaal en arbeid op een nieuwe, neoliberale leest te schoeien. Vanaf dat moment was niet langer de winst per aandeel de stelpost in de ondernemingsgewijze boekhouding maar werden alle andere kosten dat: van de prijzen voor grondstoffen en halffabricaten tot aan de hoogte van de vennootschapsbelasting en de loonkosten. Wie aandeelhouders vijftien procent wil beloven, moet alle andere kosten als variabele posten kunnen behandelen. Door de liberalisering van kapitaalmarkten, de flexibilisering van arbeidsmarkten en de uitvinding van de container kon dat: het is de wereld van mondiale waardeketens en belastingontwijking van vandaag geworden.
Dit is wat de stagflatie-analogie zo gevaarlijk maakt. De oorzaak van de huidige prijsstijgingen ligt niet aan de vraagkant, bij verwende arbeiders of machtige vakbonden. Sinds begin jaren tachtig heeft de gemiddelde werknemer nauwelijks geprofiteerd van de welvaartsgroei, is zijn inkomen gestagneerd, zijn vrije bestedingsruimte gekrompen, zijn de ongelijkheden gestegen en is zijn zeggenschap over nationale economische politiek verder afgenomen.
De oorzaken liggen ditmaal aan de aanbodkant: de laatste rimpelingen van de verstoringen in mondiale waardeketens door corona en de maatregelen die staten hebben genomen om de verspreiding ervan tegen te gaan; de onzekerheden op wereldvoedselmarkten over Oekraïense graanoogsten; de sterk gestegen energieprijzen door de boycot van Russisch gas en Russische olie; aangevuld met de prijseffecten van steeds meer monopoliekapitalisme in steeds meer sectoren.
Het gaat dan niet aan om werknemers op te roepen tot loonmatiging, zoals de president van de Britse centrale bank vorige maand deed. Alsof het nog steeds 1981 is. Na een halve eeuw beleggersbonanza mag nu de aandeelhouder de portemonnee eens trekken. Zeker na de woekerwinsten die veel multinationals de afgelopen twee jaar hebben geboekt. Wegbelasten, die poet!
Maak jouw eigen website met JouwWeb