Haagse terp
Ewald Engelen
23 maart 2022 – verschenen in de Groene nr. 12
Ron Meyer had afgelopen zondag bij Buitenhof groot gelijk: de dalende opkomstcijfers bij verkiezingen zijn structureel en zijn een symptoom van een onderliggende neurose. Deze enige twee interessante observaties over de gemeenteraadsverkiezingen hadden veel met elkaar te maken. De lage opkomst (iets meer dan de helft van de kiezers had de moeite genomen) en de grote winst van lokale partijen (iets meer dan een derde van de stemmen ging daarheen) illustreren namelijk het failliet van de gevestigde partijen.
Er was een tijd dat VVD, CDA en PvdA – de drie hoofdstromen in het politieke landschap, zoals wijlen Jos de Beus ze ooit aanduidde – hecht geworteld waren in de Nederlandse samenleving. De klassieke functies van massapartijen – participatie, mobilisatie, integratie, aggregatie, beleidsformulering, werving en selectie, en ideologische expressie – vereisten een piramidale organisatiestructuur met een stevige basis van politieke vrijwilligers die vrijwel dagelijks de zorgen van hun potentiële electoraat ideologisch duidden.
Uiteraard voldeden sommige partijen (PvdA, CDA) meer aan dit ideaalbeeld dan andere (VVD). Maar voor alle drie gold dat ze met respectievelijk 147.000 leden (in 1959), 162.000 leden (in 1980) en 100.000 leden (in 1980) veel groter waren, een grotere aanwezigheid in het collectief bewustzijn hadden en meer vergroeid waren met stad en platteland dan nu. Op dit moment hebben VVD, CDA en PvdA respectievelijk 26.000, 34.000 en 40.000 leden en zijn daarmee een schim van de partij die ze ooit waren.
De politicologen Peter Mair en Ruud Koole beschreven het als de overgang van massapartij naar kaderpartij. En daar bedoelden zij een partij mee die nauwelijks participatiemogelijkheden kent, alleen tijdens verkiezingen aan mobilisatie, aggregatie en ideologische expressie doet, en zich vooral bezighoudt met beleid en werving van politiek talent. Oftewel, het zijn vooral Haagse partijen.
Dat proef, voel, zie en ruik je onmiddellijk als je de Haagse percelen betreedt: kleur, haardracht, tongval, woonplaats, opleidingsniveau, motivatie, kleding, schoeisel, levensstijl, jargon – de bandbreedte is klein en door de jaren heen steeds kleiner geworden. Het merendeel van de Kamerleden en bewindslieden woont in de Randstad, heeft universitair onderwijs genoten, is bemiddeld (de twintig bewindslieden van Rutte IV bezitten gezamenlijk 42 panden), en blijkt bovenal slecht bestand tegen de zuigkracht van het Haagse zelf. Hoe ideologisch gedreven in den beginne ook, na verloop van tijd begint de slijtageslag van het verzet tegen de dossiers, de parlementaire agenda, de taal van de bureaucraten, de bilateraaltjes met hooggeplaatsten en de verleiding van de continue media-aandacht zich te wreken. Dan kunnen volksvertegenwoordigers het volk alleen nog maar zien door de lens van het dossier, de notitie of het SCP-rapport.
Dat is het vacuüm waarin de lokale partijen zijn ontstaan: hoe meer landelijke partijen zich terugtrekken op hun Haagse terp, hoe meer de lokale politiek het domein wordt van lokale partijen. Drapeer daar een monopolistisch medialandschap overheen dat net als het politieke landschap gedomineerd wordt door een professie die universitair geschoold is en hoofdzakelijk in en over de Randstad schrijft en spreekt, en je snapt waar de hallucinante ervaring vandaan komt dat op radio, tv en in kranten steeds weer diezelfde landelijke politieke hoofden langskomen die over landelijke onderwerpen spreken terwijl de verkiezingen lokaal zijn.
Kwalijker is dat de homogenisering van de landelijke politiek geleid heeft tot een groeiend politiek wantrouwen bij kiezers die zich niet herkennen in hun vertegenwoordigers: kiezers met een praktische opleiding en kiezers buiten de Randstad. Vooral die eersten hebben het vorige week laten afweten. Kwam van de theoretisch geschoolde kiezer 64 procent opdagen, van de praktisch geschoolde kiezers stemde tussen 31 en 47 procent. Begrijpelijk als je weet dat bij vrijwel alle partijen – van Volt tot FvD – theoretisch geschoolde kiezers zijn oververtegenwoordigd. En als je weet dat vrijwel alle partijen vooral belangenbehartigers van theoretisch geschoolden zijn geworden, zoals onderzoek van Wouter Schakel en Daphne van der Pas heeft aangetoond.
Combineer dat met een kabinet dat valt over een zeer kwalijke heksenjacht op kwetsbare burgers om negen maanden later in vrijwel dezelfde samenstelling weer aan te treden en je snapt waarom velen thuisbleven.
Waarom stemmen als ik ze toch niet uit het Torentje kan schoppen?
Maak jouw eigen website met JouwWeb