Deventer Dagblad. (R.K.H.)

Kijkend naar zijn geometrische abstracties en terecht niet met een titel belaste composities ben ik wel geboeid geraakt. Ze zijn over het algemeen zeer zorgvuldig doordacht en uitgewerkt.
Het sterkste kenmerk ervan is de beweeglijkheid door onder meer kleurverschuivingen, ook in het zwart-wit en het ruimtelijk effect.
Zelf ben ik geneigd om de voorkeur te geven aan de zwart-witten waar de accenten in ruimte en kleur sterker tot hun recht komen dan in de soms te nadrukkelijke kleuren

Brabants Dagblad (Wim van Elsen).

Geometrisch werken vergt een bijzonder grote zorgvuldigheid.
Het is een spel met meetkundige figuren, een spel dat bij Jan Mensink in goede handen is. Dat bewijst hij vooral met zijn laatste werken.
De telkens iets verder gaande verandering van de figuren en de gelijk opgaande aanpassing van de kleurtinten brengen boeiende beweging en een levend perspectief in zijn werken.
Dat kan niet gezegd worden van al zijn vroeger werk. Dat is soms alleen een kleurenspel binnen vaste gelijkblijvende figuurtjes. Enkele daarvan maken een vlakke indruk.
Zo gauw Mensink echter met de vormen gaat werken wordt de figuur levend, ook daar waar hij alleen met zwart-wit werkt.

Stad Amersfoort. (Anco Mali)

De prenten van Jan Mensink zijn levendiger en intensiever dan afdrukken van zeefdrukken. Dat komt omdat de directe toets van het penseel er een rol in blijft spelen

Amersfoortse Courant. ( Van Bijsterveld)

Op het gebied van de constructivistische schilderkunst, waarin binnen de ruimte of in het vlak meestal streng wetmatige kleur- en vormverhoudingen worden geconstrueerd neemt Jan Mensink een eigen plaats in.
De hongaar Victor Vasarely, één der grote erfgenamen van Malewitch heeft blijkbaar een sterke indruk op Mensink gemaakt maar dit in feite geometrische werk is verre van steriel.
De uitstekende kleurverhoudingen geven warmte en leven, maar ook rust. Niet alleen dat de composities helder zijn opgezet doordat de strakke opbouw bij de meeste werken steeds meer vrijheden openlaat, maar vooral doordat deze composities levendigheid en optimisme uitstralen.
Er is een fundamenteel verschil met veel andere kunst waar iets uitgebeeld wordt of een gevoel uitdrukt. Zo'n geometrisch schilderij is een volkomen op zichzelf staand ding, dat slechts informatie verschaft over zichzelf.
Het geheim is om de simpele handelingen van halveren en verschuiven zo helder en dwingend te formuleren en letterlijk weer te geven.
Naast Vasarely zijn ook invloeden van Escher aanwezig, maar invloeden zijn bij het beperkte scala van mogelijkheden in dit soort werk onvermijdelijk.
Uitspringers waren voor mij nr. 6 met zijn prachtige grijzen en monumentale opbouw, nr. 8 die een soort Oosterse mystiek suggereert, de nrs. 12 en 18 door hun voorname kleurstellingen en de sobere en daardoor zo cleane zwart-wit tekening nr. 21 op de overloop.
Aan het gevaar dat deze wijze van werken tot een soort veredeld behang kan voeren is Jan Mensink soms niet geheel ontkomen, de nrs 2, 3 en 7 missen de vanzelfsprekende rust en klaarheid, die het andere werk zo boeiend maken, maar technisch zijn deze arbeidsintensieve tekeningen en gekleurde inkten toch zeer knap en boeiend.

Regio de Bilt-Maartensdijk.

Het zijn wonderlijke werkstukken, die uit vlakjes zijn opgebouwd.
Met deze kleurvakjes componeert Jan Mensink wonderlijke composities

Utrechts Nieuwsblad. (WvH.)

Geometrische abstracties maakt Jan Mensink in zowel kleur als zwart wit. Hij bouwt zijn wonderlijke grafische composities op met vlakjes. In zijn geometrische "vertellingen" zit veel diepte.

Biltse en Bilthovense Courant.

Het geometrische werk van Jan Mensink is verre van steriel. Door kleurverschuivingen ontstaat een verrassende beweeglijkheid. De kleurvakjes geven warmte maar ook rust. De composities zijn logisch van opbouw en helder van opzet.
De kunst verschilt fundamenteel met de figuratieve kunst, maar geeft juist door het verschuiven en halveren van vlakken een zeer ruimtelijk effect. De zwart-wit composities zullen het bijzonder goed doen in moderne interieurs.

Hengelo. (Kees van Barneveld).

Geometrische afbeeldingen vragen van de maker een uiterste concentratie. Herhalingen van een eenmaal gekozen figuur zijn meestal de basis, maar die figuren kun je in verglijdende reeksen iets veranderen of vergroten of verkleinen, of een andere, ook aan regels gebonden plaats geven.
Het nauwkeurig bepalen van afstanden, ritmes en kleuren, meestal ook in verglijdende reeksen, hebben vaak als bijverschijnsel dat de vorm die overblijft (de niet ingevulde vorm) ook als een uiteindelijk het resultaat bepalend element gaat werken.
Jan Mensink maakt dankbaar gebruik van al die factoren. Hij weet kennelijk precies wat de uitkomst is van al die berekeningen.
Verondersteld kan worden dat een dergelijke werkwijze leidt tot een koele , min of meer zakelijke, afbeelding. Mensink weet echter op de een of andere manier zijn prenten een vleug van leven en beweging mee te geven.
Vooral daar waar de basisfiguur niet zo zeer aan de strengheid van die matematische vormen gebonden zijn, bereikt hij een fascinerend effect.

Twentse Krant.

De aanduiding geometrische abstracties roept een associatie op aan koele en strakke, mathematisch bepaalde vormen.
Die zijn er ook in de werkstukken van Jan Mensink, maar zij krijgen ofwel zij worden tegengespeeld en gerelativeerd door grillige contouren.
Uitgaande van precieze randvoorwaarden, waarin herhaling en verschuiving een grote rol spelen, ontstaan beelden die als totaal bekeken een indruk van werveling veroorzaken of van een ruimtelijke structuur in beweging.
Deze effecten worden ten dele bereikt met constructieve middelen en ten dele met een uitgekiend gebruik van kleur en toon.
Optisch zijn zij soms erg verrassend, zoals in de op de uitnodiging gereproduceerde compositie van rechthoekjes van aflopende grootte in rijen gerangschikt, die onweerstaanbaar de suggestie van rondingen in de hoeken van bepaalde beeldvlekken teweeg brengt.

Deventer Dagblad. (R. van Groningen).

Het is een plezier om in de Twellose Bibliotheek Galerie de kennismaking te hernieuwen met het daar wonende echtpaar Jan Mensink (Deventer, 18-03-46) en Ine Mensink-Jenniskens ('s-Hertogenbosch, 14-05-51).
Drie jaar geleden waren de Mensinks te zien in de Latmer te Wilp. Ze hebben allebei sindsdien een gestage ontwikkeling doorgemaakt, zoals in maart al in Deventer Kunst Rondom bleek.
Jan Mensink wordt nog steeds gefascineerd door geometrische vormen die hij gestalte geeft in inkt-schilderingen. Was zijn werk eerder met name in de gekleurde werken, soms nogal sterk dogmatisch, het huidige vertoont veel meer vrije beweging en nuances waardoor ze sterk uitnodigen tot meespelen.
Ik ben zeer benieuwd hoe hij er verder in weet te gaan.

Deventer Dagblad. (R. van Groningen).

De beweeglijke en door kleurverschuiving boeiende 'geometrieken' van Jan zijn zr fraai.

Electrum Galerie, Arnhem. (HK.)

Jan wordt geboeid door kubussen en golflijnen. Die laatsten passen wonderwel bij het Electrum waar immers de sinusoïde(=kromme, spiraalvormige figuur) een belangrijke rol speelt.
De titels van zijn prettig aandoende spierbundels zijn in een soort computertaal gesteld.

Deventer Dagblad, Kijk op kunst. (R. van Groningen).

In de ring van het Eper gemeentehuis is het een vreugde de kennismaking te hernieuwen met het twellose echtpaar Jan en Ine Mensink-Jenniskens.
Jan Mensink waagt zich steeds verder in zijn getekende experimenten met geometrische vormen die een sterk ruimtelijke werking hebben. De overdaad en het al te grillige of gemanierde speelden vroeger nog wel eens een rol.
Hij heeft zowel wat de vormen als de kleuren betreft, zich meer in de hand en overtuigt daardoor meer.
Geen van beide is bezweken aan de verleiding om zich steeds maar te herhalen. Allebei schuwen ze het avontuur en experiment niet.