
De Deventer boekenmarkt.
5 augustus 2007.
Het lijkt alsof het geluk vandaag met Deventer en zijn bezoekers is op deze eerste zondag in augustus, waarop elk jaar weer de grootste boekenmarkt van Europa wordt gehouden.
De zon schijnt al als ik om zeven uur naast mijn bed sta en de toon gezet is voor een bezoek aan ‘Dé boekenmarkt’.
In gezelschap van manlief en mijzelf maakt Vriendin V dit jaar haar entree op de Deventer boekenmarkt, alsof het de introductie voor een galabal betreft.
Zij belt ruim op tijd aan, met in haar armen een reusachtige bos zonnebloemen. Voor we op de fiets stappen eerst nog maar een kop koffie met “écht maar een héél klein stukje”, maar wel fantastisch lekkere taart. Uiterst geconcentreerd fietst V op de reservefiets met ons mee naar het centrum van Deventer. Het fietst toch duidelijk anders met een voetrem als je handremmen gewend bent.
De eerste boekenkramen staan halverwege de brink, het centrale plein van Deventer.
Onze eerste gang gaat naar het Etty Hillesum Centrum waar Amnestie International traditiegetrouw haar boeken verkoopt. Vandaag echter blijkt het gebouw gesloten en worden er geen boeken verkocht. Onze tweede gang is naar een kraam voor De Waag waar uitsluitend nieuwe boeken te koop zijn, voorzien van een zwarte streep aan de onderkant waardoor het predicaat ‘licht beschadigd’ gerechtvaardigd lijkt.
De gretige koper vaart er wel bij, want de zwarte streep levert een flinke korting op de nieuwprijs op. We zijn vroeg genoeg om beslag te kunnen leggen op de boeken van haar en mijn voorkeur: ‘De Vliegeraar’ van Khaled Hosseini en ‘Schaduw van de wind’ van Carlos Ruiz Zafon. Zelf heb ik eerstgenoemde titel al in mijn bezit en ik beperk me bij deze kraam tot de aanschaf van de tweede titel.
Half twaalf, de afgesproken koffietijd! Voor het bibliotheekgebouw treffen we onze vrienden uit Epe en tot mijn grote verrassing ook nog een paar hyves contacten. Tót half twaalf enkel een gezicht, vaag bekend van een foto en een krabbel op de vijftigplussershyves. Vanaf half twaalf is R een mens van vlees en bloed geworden waarmee wij koffie drinken en bijpraten.
Natuurlijk wordt deze ontmoeting digitaal vastgelegd, niet voor niets heeft manlief zijn fototoestel bij zich.
Na dit intermezzo gaat ieder weer een eigen weg.
Het is ondoenlijk om alle kramen met boeken te bezoeken en we besluiten om slechts hier en daar een blik te werpen, waarbij we in hoofdzaak rechts aanhouden. Ik vind nog een boek van Carrie Slee, niet de meest briljante schrijfster in de ogen van de literair recensent. Voor mij zeker een fijne kinderboekenschrijfster. Ook haar eerste boek voor volwassenen heeft mij zodanig kunnen boeien dat ik het vervolg op 'Moederkruid' wel wil lezen. Voor een verrassend laag bedrag koop ik daarom 'Dochters van Eva'.
V en ik hebben om kwart over twee met manlief aan de Wellekade bij het pontje over de IJssel afgesproken. Van het slenteren in de brandende zon langs de vele kramen zijn we wat vermoeid en uitgedroogd geraakt en enthousiast stevenen we af op de ijskar van Talamini, die op een strategisch punt staat opgesteld.
We kiezen de smaakjes met zorg uit en genieten van een heerlijk ijsje.
De Franse taal mag zich verheugen in de belangstelling van V, dus de kraam van L’Alliance Française wordt opgespoord en zij vindt er nog een klein boekje met liedteksten. Als we daarna de hoek omslaan worden we tot onze verrassing getrakteerd op een uitvoering van het Franse lied ‘Padam...padam’ van Edith Piaf. De mooi uitgedoste muzikanten lijken er speciaal voor V te staan en zij maken dan ook geen bezwaar wanneer manlief hen samen wil fotograferen. Dit moment lijkt tevens een mooie afsluiting te zijn van ons bezoek aan de boekenmarkt en we slenteren langs de laatste kramen richting fietsen. Thuis drinken we nog een kop koffie en praten wat na over boeken, muziek en de IJssel. Een uur later zwaai ik V uit wanneer zij niet al te luid toeterend van de parkeerplaats wegrijdt, terug naar Amersfoort.
Maak jouw eigen website met JouwWeb