Afscheid van Lelystad

Afscheid nemen van Lelystad, een gedane zaak...


De tweede dag van onze zomertoer 2007, een slimme uitvinding van de Nederlandse Spoorwegen, staat richting Lelystad gepland.
Van juli 1981 tot januari 1988 hebben manlief en ik hier op drie verschillende locaties huis gehouden, waarvan de laatste twee jaren samen met onze in lelystad geboren dochter.
Een uitstapje terug in de tijd om er vervolgens achter te komen dat alleen de herinnering aan die tijd stil is blijven staan.
Wij hebben met plezier in Lelystad gewoond; denkend aan de water, lucht en ruimte, denkend aan de ‘Lelystadse Beeldende Kunstenaars Kombinatie’ waarvan Jan Mensink en ik, samen met Sjoerd van der Veen de stichters zijn geweest. 

Hoewel onze dochter in Lelystad is geboren en zij de eerste twee jaren van haar leven hier heeft doorgebracht, raakte zij enkele jaren geleden al behoorlijk somber gestemd bij de aanblik van deze stad.
Wij hebben haar destijds nog eens meegenomen omdat wij meenden dat het (her)kennen van je geboortegrond een mooie toevoeging aan het bestaan oplevert.
Niet voor haar dus, zij voelde de bekoring op geen enkel punt. Wat zij jaren terug al heeft ervaren, hebben manlief en ik gisteren mogen ervaren.
Vroeger reden wij in een uur met de auto van Deventer naar Lelystad en steeds weer als wij bij Harderwijk de polder binnen reden, zagen en kregen wij lucht. Sinds enkele jaren alweer zonder auto, maakten wij nu de twee uur durende reis per trein, via Amsterdam naar Lelystad.
We passeerden Almere. In het voorbij gaan stelden wij vast, nog altijd terend op onze herinnering, dat Lelystad toch een prettiger indruk op ons maakt.
Aangekomen op station Lelystad, stapten we bij de fietsenkelder naar binnen voor het huren van twee OV fietsen , een niet heel comfortabele maar wel praktische dienstverlening van de NS. Uiteraard tegen betaling, want waar zou de NS anders zijn...
Meteen liepen wij tegen de eerste beperking van het huidige Lelystad aan. In andere plaatsen kregen wij de beschikking over een OV fiets tot twaalf uur ’s nachts. In Lelystad echter moesten wij de fiets uiterlijk 17.55 uur hebben teruggebracht, want om 18.00 uur zou de jongen die het beheer over de fietsenkelder had, vertrokken zijn.

De eerste aanblik buiten was ronduit teleurstellend, het toch nog niet zo heel erg oude stationsplein bleek verworden tot een grote bouwput.
Maar goed, wat betekent nu een station? Wij kwamen voor Lelystad! We hielden koppig vast aan ons vroegere enthousiasme en fietsten tussen bekende en onbekende wijken door naar Bataviastad. Voorzichtig sprak ik de gedachte uit dat er toch wel sprake was van enige verpaupering. Helaas kon manlief mij hierin alleen maar bevestigen. Bataviastad, een outlet centrum waar een keur aan merken samengebracht is. Komt het zien, komt het kopen!
We hebben het gezien maar gekocht hebben we er niets. Wel waren we toe aan een kop koffie en we bestelden een cappuccino.
Intussen legde ik telefonisch contact met een ‘hyvende’ vijftigplusser uit Lelystad. Het leek haar én ons leuk om kennis te maken en samen een kop koffie te drinken. We spraken met ‘G’ af dat we rond half drie bij haar op de stoep zouden staan. Manlief en ik wilden eerst nog een stuk langs het water fietsen omdat we in hoofdzaak hiervoor naar Lelystad gekomen waren.
Een groot deel van de kuststrook van Lelystad bleek eveneens een bouwput te zijn. Opengebroken weg en kadedelen, containers en overheersend rommelig en vuil. ‘Grauw’ is het eigenlijk best passende woord voor deze omgeving; ondanks het water, de ruimte en het vele groen. Elementen die in Lelystad overtuigend aanwezig zijn.
Een stadscentrum, het was al nooit mooi, maar nu in mijn beleving totaal verkracht met de plaatsing van het nieuwe Agora gebouw dat het beste vaart onder de noemer ‘puist’ of ‘gezwel’. We bellen we aan bij ‘G’, door wie wij ons buitengewoon hartelijk begroet weten. Koffie, cake en een stroom aan woorden worden ons voorgeschoteld. Het kleinkind slaapt, de twee poezen niet.
Veel tijd hebben we niet, want we willen nu we toch via Amsterdam reizen, ook daar nog uitstappen en de stad inlopen. Na ruim een uur gezelligheid geeft ‘G’ ons een zakje overheerlijke, in roomboter gebakken ‘Flevoschelpen’ mee en wij laten een roosje bij haar achter. Dag ‘G’, lief van je om ons voor een kennismaking bij jou thuis uit te nodigen.

De reis terug naar Amsterdan verloopt niet helemaal zorgeloos. In onze coupé zit een jongeman. Hij voert op luide toon een telefoongesprek. Op erg luide toon zelfs, zo luid dat een van de reizigers naar de jongeman toe stapt om hem om tot wat rust te bewegen. Het beoogde resultaat bleef uit en de jongeman begon te schreeuwen dat het mens moest oprotten. Hij had problemen en moest bellen, waarbij de woorden “police, police ” bij herhaling vielen. Bij de eerste stop in Almere verlieten meerdere mensen de coupé om een ander plaatsje te zoeken, zo ook manlief en ik. Ik wilde graag het trapje op naar boven,
waar ik mijn visioenen over eventuele steekpartijen het beste de baas dacht te kunnen blijven.
Amsterdam, alweer een bouwput. Bij het verlaten van de trein vraag ik me meteen af waarom we hier eigenlijk zijn uitgestapt. De sfeer die hangt in Amsterdam is mijn sfeer niet, zoals ik eerder al in een ander verhaal heb laten weten. Te druk, teveel lawaai en ik voel me als provinciaaltje niet helemaal thuis.
We lopen wat, kijken rond en eten een broodje, het eerste van deze dag.
Terug naar het station waar een trein richting Deventer zo ruim voor tijd klaar staat dat er nog een ruime keuze aan zitplaatsen is.
Thuis gekomen spreken manlief en ik tegen elkaar uit dat deze dag de moeite waard was, maar dat afscheid nemen van Lelystad nu een gedane zaak is!