Sjoerd van der Veen.
HET OPPONISME
Competitie, het juiste, het beste, het gemiddelde, de maatstaf of voorkeur voor het eigene in de mens.
Het opponisme kiest voor het eigene in de mens, de beleving. Men kijkt in deze samenleving of naar de verschillen of naar de overeenkomsten. Naar het eigene wordt er nauwelijks gekeken. Het categorisch denken is een groot goed, maar het is niet alles. Er is geen mens gelijk. Toch is onze hele samenleving doortrokken van het denkbeeld van het betere of het gemiddelde of het juiste. Kortom, er moet gemeten, vergeleken worden. Bij de medicijnwetenschap wordt er uitgegaan van statistiek (Men moet aan een gemiddelde voldoen om bepaalde medicijnen te krijgen), men heeft het in de economische wetenschap over loon naar prestatie en functiewaardering, enz, enz.
Bij het taalgebruik speelt dit een dubbele rol. Aan de ene kant de rare veronderstelling dat communicatie berust op afspraken. Men gaat uit van een bepaald soort sociaal contract. Aan de andere kant de veronderstelling dat er een manier van communicatie het beste, het juiste is.
Binnen het maatschappelijk verkeer hebben we iets soortgelijks, namelijk dat je met de samenleving ook een sociaal contract bent aangegaan. Ik ben inwoner van Nederland en ik ben Nederlander, dus dien ik mij te houden aan de Nederlandse wetgevingen als ik dat niet doe, maak ik me schuldig en dien ik een sanctie te krijgen.
Nu heb ik er niet om gevraagd Nederlander te zijn en er zijn tientallen regels in de Nederlandse wetgeving waar ik me niet aan houd. Waar is dit vertoon van macht van de Nederlandse staat op gebaseerd? - Liggen er wat ethische beginselen onder? Het principe van bevoogding ligt overal op de loer of je moet vinden dat bevoogding goed is. Het bekende gezegde dat de ander weet wat goed voor mij is ( in dit geval de staat of god of een andere aangenomen grootheid.) kom je overal tegen. En dan de stelling dat iedereen voor de wet gelijk is, die wordt dagelijks met de voeten getreden, zeker in een land met een koningshuis. Het is zo dat ik niet in mijn eentje kan leven, en dat ik kies voor een vorm van samenleven. Maar hoe ver gaat dit aangenomen contract, en, is dit wel een contract? En welke veronderstellingen liggen hier onder? Moet ik in mijn omgeving passen of maak ik mijn eigen omgeving? Anders gezegd laat ik mijn leven door anderen bepalen of kies ik zelf? Is er een keuze? - Er is een zegswijze van " Op het moment dat de dinosaurus te groot werd voor zijn omgeving, stierf hij uit". Anders gezegd: "Als je in het water loopt, kun je er van uit gaan dat je nat wordt". Je moet je dus in zekere mate aanpassen aan je omgeving. Je hebt in het christendom de zinsnede: " Wat gij niet wilt dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet". Maar wil die ander hetzelfde als ik en vindt hij hetzelfde fijn als ik, en vindt hij hetzelfde niet fijn, en wil ik alleen maar doen wat hij fijn vindt?
De opponisten vinden dat iedereen het recht heeft zijn eigen leven vorm te geven, zolang hij dat recht ook aan een ander gunt. Hieronder ligt de stelling dat men iedereen het recht op bestaan gunt.
Maar is men dan voor overbevolking of vind men dat iedereen zoveel mogelijk zijn eigen weg moet gaan? Er is een geloof dat dit niet kan. Maar hoe moet men dan samenleven?
Darwin heeft het beginsel van het recht van de sterkste geformuleerd en Peter Kropotkin het beginsel van wederzijdse hulp. Dit lijkt een tegenstelling. Ik denk dat dit regelrecht met je werkelijkheidsopvatting te maken heeft. Nu heb je diverse benaderingswijzen op dat punt.
Het schrijven van een stuk over het opponisme houdt in dat je op zoek gaat naar je basisovertuigingen, want van daar uit oordeel je en daarmee geef je je wereld vorm.
En daar vanuit benader je de ander. Maar welk fundament hebben die basisovertuigingen? Is er enige grond onder onze voeten? Plato heeft zegt dat wij in een grot zitten en alleen maar de schaduwen zien van de echte dingen, maar deze niet kunnen kennen. Kant heeft het over verschijnselen, maar het "Ding an sich " is voor ons niet kenbaar. Wittgestein gaat nog verder en zegt: er is helemaal geen "Ding an sich". "Die Schwierigkeit ist, die Grundlosigkeit unseres Glaubens einzusehen." ("Uber Gewissheit" S 166)
Het constructivisme benadert het zo:
Is wat wij, op grond van onze zintuiglijke indrukken bewerkt door ons denkvermogen, als ~ 'werkelijkheid' menen te treffen, in feite misschien dat we zelf hebben bedacht, onze eigen constructie? Er vanuit gaande dat dit zo is, geeft het je wel de mogelijkheid je eigen werke1ijkheidskoncept op te zetten. Toch hebben we net vastgesteld dat je met een paar gegevenheden te maken hebt. Zijn die dan nergens op gebaseerd? Is het slechts kennis van beschrijvingen, maar omtrent de juistheid van die beschrijvingen kunnen we nooit zekerheid krijgen?
Samuel Becket zegt "Communicatie is niet mogelijk". Dat is een hele harde. Iedereen die de nodige relaties achter de rug heeft, weet dat communicatie in ieder geval zeer moeilijk is. Toch willen we dingen vastleggen, afspraken maken dat iedereen weet wat we bedoelen.
In de kunstgeschiedenis hebben we het over de jaren 191l en 1913. Tussen deze jaren is op verschillende plaatsen het abstracte schilderij ontstaan. Men had de werkelijkheid niet meer nodig om te schilderen. Het schilderij was geen afgeleide meer, het was iets op zich zelf. Het verwees niet meer. Toch hadden we dingen nodig waarmee we iets op konden bouwen. En het Bauhaus kwam tot "kijkcategorien" en men kwam er achter dat die dingen helemaal niet nodig waren. Het tektonisch denken werd gentroduceerd, het opbouwend denken en dat werd ook weer afgebroken. Zo werd er een nieuwe kunst opgezet en zo was die achterhaald.
We bouwen concepten op en verklaren ze niet meer passend in de tijd of in de omgeving.
De mens maakt het uit. Doen we in feite in taal niet elke keer hetzelfde? Woorden en begrippen ontlenen hun betekenis aan hun gebruik. Dat is ook goed. Wordt een woord niet meer gebruik, heeft het zijn betekenis verloren. Taal moet leven. Vastleggen maakt de dingen dood.
Er moet beweging zijn. Instituties zijn er al genoeg.
Heeft een samenleving welke geen schrift kent geen communicatie omdat de afspraken niet kunnen worden vastgelegd? Zijn het begrippen die het dier tot zijn jaarlijkse trek doet besluiten? Zit communicatie vast aan begrippen of kunnen we ook communiceren zonder begrippen? Laten wij ons niet misleiden door taal. Taal wordt misbruikt (bladen als priv, weekend, enz. maar ook de juridische taal), maar geeft ook aanleiding tot misbruik. De symbolen zijn de werkelijkheid niet, die kunnen we alleen maar leven. De opponisten zijn mensen, die onderscheid maken tussen de formele, illusieloze, absurde wereld en de wereld van de droom, de wens, de mythe en het mysterie.
Zij kiezen voor de mythe, het mysterie en de droom en de discrepantie tussen beide werelden. Zij kiezen voor Nathaniel West's slogan, "Jullie orde is zinloos, mijn chaos is vol betekenis"
De wereld gaat aan vastleggen ten onder!

Maak jouw eigen website met JouwWeb