De banaliteit van het kwaad

Gepubliceerd op 4 november 2021 om 11:35

De Banaliteit van het kwaad

uit: Wu Tao-tzu Een mythe van Sven Lindqvist.



Hanna Arendt vertelt in haar boek De banaliteit van het kwaad dat de nazi's, voordat zij met het uitroeien van de joden begonnen, er niet zeker van waren in hoeverre dat praktisch gezien uitvoerbaar was. Zou men de joden ertoe kunnen bewegen op eigen kracht hun ondergang tegemoet te gaan, ieder met zijn eigen koffertje, midden in de nacht en zonder enige voorafgaande bekendmaking? Hoe zouden de omwonenden reageren wanneer zij de volgende ochtend de lege woningen zouden ontdekken?

Om die zaak te onderzoeken werden twee experimenten uitgevoerd.

Het eerste betrof de deportatie van dertienhonderd joden uit Stettin, die in een enkele nacht, 13 februari 1940, werd uitgevoerd. Het was de eerste deportatie van Duitse joden. Heydrich had het bevel ertoe gegeven onder het mom dat 'hun woonruimtes absoluut nodig waren om redenen die verband hielden met de oorlogseconomie'. Dejoden werden onder ongewoon schandelijke omstandigheden naar de omgeving van Lublin gebracht.

De tweede deportatie vond in de herfst van hetzelfde jaar plaats. Toen werden alle joden uit Baden en Saarpfalz weggevoerd - ongeveer vijfenzeventighonderd mannen, vrouwen en kinderen.

Het is eigenaardig te bedenken dat deze achtentachtighonderd mensen, ongewapend tegenover een volstrekte overmacht, waarschijnlijk alleen door het ingooien van ramen, door schoppen, bijten en weigeren zich te verroeren miljoenen van hun rasgenoten zouden hebben kunnen redden. Het is nog eigenaardiger te bedenken dat de omwonenden door woedend te worden en ongemakkelijke vragen te stellen hetzelfde effect zouden hebben kunnen bewerkstelligen.

Maar het experiment slaagde. De joden volgden gedwee. De omwonenden zeiden niets.

Wanneer je de gapende sociale kloven tussen de landen van de wereld ziet, wanneer je getuige bent van de overmoedigheid van de rijken en de ellende van de armen, vraag je je af waarom er niets gebeurt. Waarom gebeurt er niets? Mensen ondervinden hongersnood, onkunde en verachting. Hun vrienden sterven aan ziektes die genezen hadden kunnen worden. Hun kinderen sterven. Ze werken nog net zo als vroeger. Ze raken werkeloos. Maar toch gaan ze vriendelijk en gedwee op weg naar hun ondergang. Dag in dag uit. Jaar in jaar uit.

Nog behoeft men de armen in deze wereld niet weg te slepen om te worden vergast. Ze gaan uit zichzelf, de vernietiging op eigen kracht tegemoet, op klaarlichte dag en zonder voorafgaande bekendmaking. En de omwonenden zeggen niets.